|
Maandag 15 juni 2009 verzamelt zich een groepje van pakweg tien Oosterhoogebruggers op de Leeuwenburgstraat naast het trapveldje. Feestje dus. Want vandaag komt de steen met het plaatje erop dat vertelt over de geschiedenis van ons plantsoen. Om half tien komt de wagen van RO/EZ aanrijden. Voorzien van grijper en een dikke kiezel in de laadbak. Één kant van de steen is gladgepolijst en voorzien van het gegraveerde zwart plaatje. Even wat graszoden weggraven en terwijl de steen voorzichtig op zijn plek wordt gelegd klikken overal de camera’s.
Initiatiefnemer voor deze markering is Willem Pauwelussen, secretaris van de wijkraad. Van hem is de tekst op de steen, van hem is ook de volgende speech: “In deze tijd, waarin we onze minister-president de oude VOC-geest horen roemen is het wel interessant om op de plaats te staan waar mogelijk de afstammeling van een van die kranige mannen heeft gewoond. Zoals het plakkaat vermeldt woonde hier omstreeks 1831 een douariaire (dat is Frans voor weduwe) baronesse G.W. van Imhoff op haar buitenplaats ‘Welgelegen’, en we staan hier aan een overgebleven deel van de oprijlaan. Zij draagt toch in ieder geval dezelfde naam en dezelfde titel als baron Gustaaf Willem van Imhoff, geboren in Leer, die in Sri Lanka nog wordt herinnerd als een der betere VOC-gouverneurs, maar minder fris bezig lijkt te zijn geweest in Batavia. De man leefde van 1705 tot 1750. Het moet een riant buitenverblijf zijn geweest waar deze adellijke dame heeft gewoond, gegeven de afmeting van het vierkante stuk grasveld aan het einde van dit laantje. Het geheel omringd door wat nu nog als een slootje herkenbaar is, een vijver er vlak naast en fruitbomen in het wat verder gelegen appelhofje. Ze huurde het van baronesse Sloet en is misschien is ze wel op theevisite geweest bij de familie Lewe op de Leeuwenburg. Overigens werd het Welgelegen, voorheen genaamd Sijlman en Meyma, in 1815 bewoond door Johanna Sibilla Geertruida Lewe. Het pand werd in 1859 verkocht op afbraak. Dat wil niet zeggen dat de plek onbewoond was. Het prentje op het plakkaat stelt het huisje voor waar de opoe van Jolly, hier prominent aanwezig, heeft gewoond. De grote boom, helemaal aan het einde van de oprijlaan was de ingang tot het hofje waar opoe woonde. Toentertijd hadden de mensen het over ‘opoe’s diekje’, wat wel logisch is want je kunt zien dat het toch een soort verhoogd pad is tussen de sloten en de bomen in. De bak achter het huis was het waterreservoir. Kookwater, koffie- en theewater, alles gebeurde met deze voorraad. Keek je in het water dan krioelde dat van de beestjes. Maar dat gaf niet want, aldus opoe “De roege swienen die gedijen het beste”. Inmiddels is er een dorp omheen verrezen, dat na de annexatie, nu 40 jaar geleden, nog aanzienlijk werd uitgebreid. En als de voortekenen in het wijkteamoverleg ons niet bedriegen, gaat eerdaags weer een flink stuk dorp op de schop. Des te dwingender wordt de plicht ons bewust te blijven van de historie van onze omgeving. Ten eerste omdat kennis ervan ieder interesseert die er woont en dus een verbinding tussen mensen tot stand brengt. Ten tweede omdat het bewustzijn van je verleden je wijsheid geeft over de weg die je te gaan hebt in de toekomst. En het is bepaald een gelukje dat we nog iemand in ons midden hebben die een stuk van dat verleden uit zijn eigen geheugen weet op te diepen. Familie Riemsma, gefeliciteerd met die eerbetoon aan opoe, Oosterhoogebrug, gefeliciteerd met dit eerbetoon aan een paar mensen die hier meer dan een eeuw geleden gewoond hebben.” |